Jean-Paul Sartre, Het existentialisme is een humanisme (1946)

'Er is geen ander universum dan dat van de mens... (Dit is) humanisme, omdat wij de mens eraan herinneren dat hij geen andere wetgever heeft dan zichzelf en dat hij in de verlatenheid over zichzelf zal beslissen; en omdat wij laten zien dat de mens niet door zich naar zichzelf toe te wenden, maar altijd door een doel buiten zichzelf te zoeken... zich pas als menselijk wezen realiseert.' (61-62)

Met het essay Het existentialisme is een humanisme schreef Jean-Paul Sartre (1905-1980) de meest populaire en provocerende verklaring van zijn filosofie. Het is een manifest waarin hij zijn filosofie uitlegt en verdedigt. Existentialisme is niet de oplossing voor de vragen van de mens, maar een herformulering van het probleem.

 

Het woord 'existentialisme' roept talloze associaties op. Deze associaties gaan vaak vooraf aan de betekenis van de term. Dit geldt onder meer voor Sartres beroemde uitspraak: 'De existentie gaat vooraf aan de essentie'. Ik ben benieuwd hoe Sartre hierop zou reageren. Zou hij zeggen 'Voila! De existentie gaat vooraf aan de essentie!'? Of zou hij, zoals hij in 1946 gedaan heeft met Het existentialisme is een humanisme, een nieuw manifest schrijven om de onwetendheid over het existentialisme teniet te doen en de beschuldigingen aan haar adres te ontkrachten?

Met de stelling dat de existentie (het bestaan), voorafgaat aan de essentie (de wezensbepaling), bedoelt Sartre dat de mens éérst bestaat - zich voordoet, in de wereld verschijnt - en dat zich daarná nader bepaalt. De mens is dus in eerste instantie onbepaald. Dat de mens iets onbepaalds is, komt doordat hij aanvankelijk nog niets ís. Hij kan alleen iets wórden, en dan zal hij zijn wat hij van zichzelf maakt... 'De mens is niets anders dan wat hij van zichzelf maakt. Dat is het eerste beginsel van het existentialisme.' (13-14).

Solidariteit
Sartre begint het essay met een samenvatting van de bezwaren van gelovigen en marxisten tegen het existentialisme. Zij beschuldigen het existentialisme ervan pessimistisch, subjectivistisch en anarchistisch te zijn. Ze beweren dat het existentialisme de mens beschouwt als een solitair individu dat graag solidariteit met anderen wil herwinnen, maar daarin niet slaagt omdat hij in een isolatie leeft. Ik beveel alle mensen met dit bezwaar en het verlangen naar solidariteit Sartres antwoord aan:

'Om de waarheid over mijzelf te weten te komen moet ik die waarheid via de ander verkrijgen. De ander is voor mijn bestaan onmisbaar, en even onmisbaar bovendien voor de kennis die ik van mijzelf heb.' (43)

'Ik' en 'de ander' stichten dus de solidariteit. Ik denk dat Sartre hiermee al een antwoord formuleerde op populistische politici die solidariteit willen stichten door 'de ander' uit de maatschappij te sluiten.

Optimisme zonder hoop
Hoop en geluk lijken alleen legitiem in de monden van gelovigen. Zij vereren een God of een Ideaal: Hemel of Utopie. Daar is het doel, hun bron van geluk. Dat doel geeft hen de hoop om de sombere realiteit van dagelijks bestaan te ontvluchten. 'Nu' en 'deze wereld' vormen slechts een tussenstap, een middel tot de staat van gelukzaligheid. De existentialist, daarentegen, heeft geen God en vertrouwt op niets dan zijn eigen vermogens. Hij koestert geen hoop voor de ver weg gelegen toekomst, want dan bestaat hij gewoonweg niet meer.

Gelovigen bekritiseren het existentialisme om zijn pessimisme. Sartre verdedigt zich sterk met een terugaanval. Volgens hem is alleen de werkelijkheid betrouwbaar, en zijn dromen bedrieglijk. Hiermee sluit hij aan bij Nietzsche die de weg bereidde voor het existentialisme: 'Hoop is het kwaadste der kwaden omdat zij de marteling verlengt.' (Menschliches Allzumenschliches, 71).

Ik vind Sartres beweringen over het optimisme en de hoop het ingewikkeldst aspect van het existentialisme. Aan de ene kant zegt hij dat de mens geen hoop nodig heeft om te kunnen handelen, want de werkelijkheid ligt niet in de onvoorspelbare toekomst. Aan de andere kant zegt hij dat geen andere doctrine zo optimistisch is als het existentialisme, omdat het lot van de mens nergens anders dan in hemzelf ligt.

Sartre beschouwt de existentialist als een optimist zonder hoop, veroordeeld tot vrijheid. Daarmee roept hij de onafhankelijkheid van de mens uit. Deze opvatting getuigt zeker van optimisme, maar hoeveel mensen zouden zich gelukkig voelen met de consequenties daarvan? Hoe kan een mens vooruit kijken als er geen hoop is of geen geluk mogelijk lijkt in de toekomst? Onafhankelijkheid betekent ook dat niets de mens van zichzelf kan redden, en dat er geen vlucht meer mogelijk is. Als de mens zijn lot volledig in eigen handen heeft, dan laadt dat alle verantwoordelijkheid op zijn schouders. En dit is een zware last. Net als die van Sisyphus. De vraag is of de mens wel zo sterk is als een mythische held.

Toch ben ik langzaam gaan begrijpen waarom Sartres tijdgenoot Camus Sisyphus nadrukkelijk voorstelt als een gelukkige mens. Camus wilde het geluk ontheiligen en naar de aarde brengen. Volgens hem is Sisyphus gelukkig omdat hij zijn eigen lot omhelst en zich verzoent met de realiteit. Volgens mij is dit inderdaad de weg naar geluk. Als wij de realiteit niet kunnen ontvluchten, als dat het enige is in onze handen, dan wacht ons ook geen hemel of hel. Dit bevrijdt ons van de angst voor dingen buiten de realiteit, buiten het hier en nu. En deze bevrijding kan geluk geven.

Ik vermoed dat de Griekse schrijver Nikos Kazantzakis (1883 - 1957) iets dergelijks bedoelde met het citaat uit zijn werk dat hij op zijn grafsteen liet graveren: 'Ik hoop niets. Ik vrees niets. Ik ben vrij.' (Ascetica, 1927)

De mens als vraag
Mensen willen antwoorden op hun problemen. Door deze antwoorden willen zij de weg naar het geluk, de hemel en de utopie. Maar als het probleem niet juist geformuleerd is, hoe kan men dan überhaupt een oplossing bedenken? Alle bestaande doctrines beweren dat zij het probleem al hebben opgelost. Met uitzondering van het existentialisme. Misschien is juist dat aspect de grond van de kritieken.

Existentialisme is zelf niet de oplossing voor de vragen van de mens, maar een herformulering van het probleem van mens zijn en het leven in de wereld. Deze revolutionaire formulering bevat geen constanten zoals God, hemel of utopie. De enige constante is het voortdurende proces van veranderen. De mens is vrij, vrij van alle bepalingen.

There are Thousands of Alternatives
Existentialisme was indertijd al een afwijzing van dogmatisme. Op dit moment kan het kritiek geven op een denkwijze die in Sartres tijd nog niet zo sterk had postgevat als nu. De neoliberalen denken dat het huidige systeem het beste is dat men ooit kan denken. Hun slogan TINA (There Is No Alternative) wil zeggen dat wij verplicht zijn om dit systeem te behouden en te verbeteren. Verplicht? Mensen? Die gedoemd zijn om vrij te zijn? Sartre zou zich schor schreeuwen: TATA (There Are Thousands of Alternatives)!

_____________________________________________________________________________

De auteur van deze tekst - Tarkan Köroğlu

Verder lezen

Van Sartre
De Nederlandse vertaling van L'existentialisme est une humanisme, Over het existentialisme, Bruna 1980, is helaas alleen nog antiquarisch te krijgen.
-De uitgelezen Sartre, Boom 2000 (bloemlezing met een inleiding door Ger Groot).
-Het zijn en het niet. Proeve van een fenomenologische ontologie, Lemniscaat 2003 (oorspr. 1943 (L'être et le néant)).
-Magie en emotie. Schets van een theorie van de gemoedsbewegingen, Boom, 2009.
-Wat blijft is de hoop. De gesprekken van 1980, Klement 2006.

Sartres autobiografie is De woorden. Memoires van een mislukt wonderkind, Bijleveld, 2005 (oorspr. 1964 (Les Mots))
Naast filosofische teksten heeft Sartre ook vele romans, verhalen, toneelstukken en scenario's geschreven. In Nederlandse vertaling zijn onder meer beschikbaar:

-De walging, Amsterdam 1985 (oorspr. 1938 (La Nausée)). De Arbeiderspers heeft een herdruk ik voorbereiding.
-De muur en ander proza, De bezige bij, 2005 (oorspr. 1939).
-De wegen der vrijheid (1: De jaren des onderscheids, 2: Het oponthoud, 3: De dood in het hart), Amsterdam 1949-1952.
-De vliegen, Amsterdam 1983. Deze bundel bevat onder meer Vuile handen (oorspr. 1948) in de vertaling van Anna Blaman. In zijn bewerking uit 2007 combineerde Tarkan Körolu deze vertaling met die van Hans Roduin voor Toneelgroep Centrum, Amsterdam.

Daarnaast bevat deze bundel Met gesloten deuren (oorspr. 1945 (Huis clos)) waarin de beroemde zin 'De hel, dat zijn de anderen' wordt uitgesproken.
-De teerling is geworpen, Amsterdam 1959 (oorspr. 1947).
-Tussen de raderen, Bruna 1967 (oorspr. 1962).

Over Sartre
-Annie Cohen-Solal, Jean-Paul Sartre, zijn biografie, Van Gennep 1987.
-Frans de Haan, Jean-Paul Sartre, De Beauvoir, vrijheid en terreur, Aspekt 2006.
-Bernard-Henri Lévy, De eeuw van Sartre. Een filosofische zoektocht, 2004.
-Bundel verschenen naar aanleiding van Sartres 100ste geboortejaar: Ruud Welten (red.) Sartre. Een hedendaagse inleiding. Klement 2005 (de inleiding kunt u hier lezen).
-Ruud Welten, Sartre, Camus en Merleau-Ponty over terreur en terrorisme, Klement 2006.
-Chris van Kerckhove, Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid, 2014

Verder kijken