Wilhelm Dilthey (1833 - 1911)

'De natuur verklaren we, het geestelijke leven begrijpen we.'

Wilhelm Dilthey ontwikkelde een eigen perspectief op 'hermeneutiek' : interpretatieleer. Hij zocht naar een methode om de menselijke ervaring te begrijpen. De natuurwetenschappen zijn daarvoor niet geschikt. Het kennen van de oorzaak van een ervaring, is iets anders dan het begrijpen van een ervaring. Bovendien veranderen we zelf in het proces van begrijpen.   

Begrijpen is meer dan reproduceren

Als we een tekst lezen, iemand horen praten of een kunstwerk bekijken, gaan we er van uit dat we begrijpen wat er bedoeld wordt. Maar hoe komt dit begrip tot stand? Wat heeft de betekenis die wij ervaren, te maken met het idee van de auteur of maker? Dit zijn de vragen waar Dilthey zich mee bezig hield. De methode die hij gebruikte noemen we hermeneutiek: interpretatieleer.  

Wilhelm Dilthey hield zich bezig met meerdere wetenschappen zoals sociologie, psychologie, historische en literatuurwetenschappen. In het begin van zijn intellectuele loopbaan stond Dilthey onder invloed van Friedrich Schleiermacher (1768-1834), Duits hermeneutisch filosoof en theoloog, aan wie hij een biografie wijdde. Dat Dilthey alleen het eerste deel afmaakte, had alles te maken met zijn eigen ontwikkeling die steeds meer van Schleiermacher weg voerde.

Voor Schleiermacher was hermeneutiek een methode voor het begrijpen (Verstehen) van teksten, een interpretatieleer. Kernidee van dit begrijpen was het reproduceren van de bedoelingen van de schrijver. Hoewel bij Dilthey het begrijpen van een tekst een basismodel blijft, verruimt hij na enige tijd deze opvatting van hermeneutiek. Deze verruiming blijkt uit de typering: 'Begrijpen is een hervinden van het ik in het jij.' Dit begrijpen gaat dus verder dan reproduceren : het is ook gericht op herkenning en zelfreflectie. 

We kunnen hier een eerste aanzet in zien van de latere hermeneutiek van Hans-Georg Gadamer in de 20e eeuw. In deze hermeneutiek gaat het niet alleen om de toepassing van de interpretatieleer in rechtswetenschap en theologie, maar vooral ook om wat een tekst of een werk met de lezer doet. De lezer past de tekst toe op haar of zijn eigen leven, de eigen bestaanswereld. Als lezer laat ik me raken door het werk van een ander en door deze ontmoeting wordt die ander een jij. Zo is geestelijke transformatie mogelijk. Overigens worden bij Dilthey niet alleen teksten geïnterpreteerd, maar ook kunstwerken en andere werken; in het algemeen alle uitingen en uitdrukkingen van geestelijk leven.

Levensfilosofie

Een verdere verruiming van de hermeneutiek hangt samen met de levensfilosofie van Dilthey. In deze filosofie is de 'geleefde ervaring' het basisbegrip. Het leven wordt allereerst ervaren op het niveau van onmiddellijke, pre-reflexieve belevingen, Erlebnisse. Deze geleefde ervaringen zijn niet helemaal uniek: ze zijn doortrokken van historiciteit. De mens is ten diepste, voorafgaand aan reflecties, een historisch wezen, dat wil zeggen: het leven van het individu is ingebed in een cultureel-historische context. Verder zijn deze ervaringen niet alleen cognitief van aard, maar ook emotioneel en motivationeel: ze behelzen doelen en waarderingen.  

Om het leven, ook het individuele leven, te begrijpen is het daarom nodig om deze geleefde ervaringen te begrijpen. Maar dit kan niet op een directe manier. Volgens Dilthey begrijpen we een ander niet door ons direct te verplaatsen in de geest van een ander. Hij omschrijft geen meevoelen, maar een indirect interpreteren van geestelijk leven via uitingen en uitdrukkingen (Ausdrücke) ervan. De elementen van de geesteswetenschappelijke activiteit zijn dus: Erleben-Ausdruck-Verstehen

Met zijn levensfilosofie heeft Dilthey invloed gehad op de twintigste-eeuwse Duitse existentiefilosoof Martin Heidegger. Met de accentuering van het fundamentele belang van de geleefde ervaring heeft Dilthey ook invloed gehad op de latere fenomenologie (een stroming in de filosofie die zich toespitst op onze beleving van 'fenomenen' ofwel verschijnselen).

De hermeneutische cirkel

De globale structuur van het proces van begrijpen wordt aangegeven met de hermeneutische cirkel. Je interpreteert delen van een geheel in het licht van een eerste interpretatie van dat geheel. Dat geheel wordt dan ge(her)interpreteerd in het licht van de interpretaties van de delen. Dit proces gaat door, totdat een bevredigende, samenhangende interpretatie is gevonden. Zo kun je een roman interpreteren door die eerst globaal te lezen en daarna enkele hoofdstukken nader te bekijken. De interpretaties van deze hoofdstukken stel je bij op grond van het globale idee. Vervolgens stel je je idee van de hele roman bij op grond van de nieuwe interpretaties van de hoofdstukken. Dit wordt net zo vaak herhaald als nodig is voor een samenhangende interpretatie van het hele boek en de hoofdstukken. Het resultaat van de hermeneutische cirkel lijdt tot 'zin' (betekenis) en noemt Dilthey dan ook: Sinn.

 Verklaren versus begrijpen

In de geesteswetenschappen worden interne, geleefde ervaringen bestudeerd door middel van processen van interpreteren van uitdrukkingen daarvan. In de natuurwetenschappen worden externe objecten bestudeerd die wij via de zintuigen waarnemen en dan pogen te verklaren, 
erklären.  Als we proberen geleefde ervaringen natuurwetenschappelijk te bestuderen door ze als externe objecten te zien, vindt een jammerlijke reductie plaats, aldus Dilthey. Overigens had Dilthey een grote bewondering voor de natuurwetenschappen. Hij wilde alleen de geesteswetenschappen een gelijkwaardige maar onderscheiden wetenschappelijke positie verschaffen. 

Dilthey heeft met dit onderscheid een voorname rol gespeeld in het herhaaldelijke conflict binnen de sociale wetenschappen en de psychologie tussen degenen die begrijpen, Verstehen, voorstaan en degenen die verklaren, Erklären, voorstaan. Met zijn veel aangehaalde spreuk 'De natuur verklaren we, het geestelijke leven begrijpen we', heeft Dilthey bijgedragen aan nog steeds bestaande meningsverschillen over de plaats van kwalitatief en kwantitatief onderzoek. 

Relevantie voor de humanistiek

Zoals aangegeven werd het resultaat van het herhaaldelijk doorlopen van de hermeneutische cirkel door Dilthey met de term Sinn aangeduid. Deze zin of betekenis houdt dan behalve samenhang ook doelgerichtheid en waardering in, die immers in geleefde ervaringen vervat liggen. Daarmee komen al enkele belangrijke aspecten van 'existentiële zingeving' zoals die in de humanistiek besproken worden, aan de orde. Voor de humanistiek is ook zijn theorie van de Weltanschauungen relevant. Hoe grootser een (kunst)werk, des te vollediger en zuiverder zou een hele wereld- of levensbeschouwing hierin tot uitdrukking komen.  

Dilthey onderscheidt drie hoofdtypen: een religieuze wereldbeschouwing, een aan kunst verbonden wereldbeschouwing en een filosofische wereldbeschouwing. Het bijzondere is dat Dilthey zelf een pluralistische houding tegenover deze driedeling aannam. Een pluralistische wereldbeschouwing zou meer recht doen aan de geleefde werkelijkheid. 

______________________________________________________________________________

Over de auteur van deze tekst - Prof. dr. Adri Smaling 

Verder lezen

Van Dilthey

  • Wilhelm Dilthey, (1954). The Essence of philosophy. Chapel Hill, NC: North Carolina University Press.
  • Wilhelm Dilthey, (2010). De onmogelijkheid van de metafysica. Budel: Damon.

Over Dilthey

  • Ilse Bulhof (1980). Wilhelm Dilthey. A Hermeneutic Approach to the Study of History and Culture. Den Haag: Martinus Nijhoff.
  • Jos Keulartz (red.) (1994). Wilhelm Dilthey: kritiek van de historische rede. Amsterdam: Boom. 
  • Jos de Mul (1993). De tragedie van de eindigheid. Diltheys hermeneutiek van het leven. Kampen: Kok Agora.
  • Maarten van Nierop (1988). 'Leven en historiciteit: de hermeneutica van Dilthey', in: Theo de Boer e.a. (red.), Hermeneutiek. Filosofische grondslagen van mens- en cultuurwetenschappen. Meppel/ Amsterdam: Boom, pp. 9 53. 
  • Maarten van Nierop (1990). 'Hermeneutische tweespalt', in: G.A.M. Widdershoven en Th. de Boer (red.), Hermeneutiek in discussie. Delft: Eburon, pp. 37- 43.