Jean-François Lyotard, Het onmenselijke (1988)

'En als (...) het eigene van de mens er nu eens in bestaat door het onmenselijke bewoond te worden?'

Menselijkheid bestaat niet uit een positieve verzameling eigenschappen, zoals autonomie of rationaliteit, maar wordt door onmenselijkheid bezeten. Aldus het humanisme van de Franse filosoof Jean-François Lyotard (1924-1998).

Over Het Onmenselijke als boek
Lyotard schrijft L'inhumain, causeries sur le temps na de twee werken waarmee hij vermaard werd: La condition postmoderne (1979; vertaald als Het postmoderne weten) en Le différend (1983). 

Het is ook zijn laatste boek dat een groot en divers lezerspubliek trekt. Het boek omvat opstellen die voor verschillende gelegenheden geschreven zijn (het Franse 'causerie' betekent zoveel als 'gebbetje', 'praatje'). De Nederlandse uitgave bevat een selectie uit de oorspronkelijke Franse bundel. De aanduiding het onmenselijke, zo blijkt uit de opstellen, is er één uit een netwerk van omschrijvingen (domus, het sublieme, 'de tijd, vandaag') die elk voor zich een ander aspect belichten van wat Lyotard wil aanroeren.

Over 'het Onmenselijke' als begrip
In het eerste opstel, getiteld 'Over het menselijke', komt het onmenselijke al meteen aan bod. Dat begrip (of misschien is het eerder een naam) duidt op twee onderling verbonden verschijningsvormen van onmenselijkheid waarvan het, zo waarschuwt hij ons, absoluut noodzakelijk is ze uit elkaar te houden:

(1) enerzijds is er de onmenselijkheid van datgene wat Lyotard aanduidt als ‘het systeem’,

(2) anderzijds is er de onmenselijkheid als de onbepaaldheid en relatieve onbepaalbaarheid van elk kind dat ter wereld komt.

De onmenselijkheid van het systeem bestaat in de bundeling van informatietechnologie, kapitaal en politiek die in een zichzelf versnellende dynamiek geschiedenis maken. Het idee bijvoorbeeld dat economische ontwikkelingen begeleid en gestuurd worden door de politiek door middel van ict-toepassingen, is niet in overeenstemming met de complexiteit van de werkelijkheid. Het rationele doel-middelschema waarmee wij in onze werkelijkheid ingrijpen en deze op begrip brengen, is te enkelvoudig. Lyotards globale aanduiding ‘het systeem’ wijst erop dat het hier gaat om een functioneren dat voor onze vorm van rationaliteit veel ontoegankelijker is dan we doorgaans willen doen voorkomen, of geloven. In ‘het systeem’ gaat het eerder om versnelling en complexificatie (de toename van verbindingen die een toename van verbindingen mogelijk maken), dan om menselijke ervaring van samenhang, zin en betekenis.

De andere vorm van onmenselijkheid wordt door Lyotard veel positiever gewaardeerd. Hoezeer ook de directe ervaring ervan verontrustend kan zijn, herbergt het onmenselijke dat het kind aankleeft, voor ons de toegang tot onze menselijkheid, onze sensibiliteit.

Menselijkheid
Er zijn dus twee corresponderende vormen van menselijkheid in Lyotards betoog te onderscheiden. Ten eerste de menselijkheid van de ingevoegde, autonome en rationele mens; de mens zoals hij functioneert in het systeem. Ten tweede de menselijkheid van onszelf wanneer we in aanraking komen met het onmenselijke als sensibiliteit. De tweede vorm van 'menselijkheid' noemt Lyotard in een ander werk 'ziel'. Juist deze sensibiliteit wordt bedreigd door de werking van het systeem, aldus Lyotard. Het begrip van onze menselijkheid in termen van autonomie en rationaliteit verdrukt onze gevoeligheid voor situaties die onvoorzien zijn, waarop we geen antwoord of waarvoor we geen bijpassende handeling kunnen vinden. Er is daar geen interventie aan de orde, maar passabilité, gelatenheid.

Lyotards inzet
Het denken van Lyotard moet geplaatst worden binnen de context van de humanismekritiek, zoals die in de tweede helft van de vorige eeuw in Frankrijk opklonk. De kritiek op het humanisme moet bezien worden tegen de achtergrond van de Holocaust en de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, maar haar wortels reiken verder terug naar het denken van Martin Heidegger en Friedrich Nietzsche.

Lyotard kritiseert niet het humanisme als zodanig, maar juist de ontwaarding van mensen en menselijkheid die, paradoxaal genoeg, een uitwas zijn van een hoofdstroom in het Westers humanisme. In die hoofdstroom leren mensen zichzelf te begrijpen als een weliswaar uniek wezen, maar eveneens als exponent van een categorie: de categorie van de mens, een wezen dat zichzelf kennen kan, dat zichzelf de wet stellen kan - autonoom is - en dat de wereld om hem heen naar eigen inzicht kan inrichten, 'altijd alsof de mens een zekere waarde is die niet ter discussie gesteld hoeft te worden', zoals Lyotard al in de eerste alinea van boek zegt. Met het denken over zichzelf in termen van categorieën, zou Lyotard kunnen zeggen, denken mensen over zichzelf in systemische termen: termen die afkomstig zijn en functioneren binnen de context van doelrationele ordenings-schema’s.

Humanisme door Lyotard
Tegen Lyotard kan worden ingebracht dat hij in zijn denken sterk gebruik maakt van tegenstellingen. Zo is bijvoorbeeld ‘het systeem’ een nogal massieve en bijna naturalistische aanduiding van een complex van nogal uiteenlopende verschijnselen. Ook zijn analyse van het sekseverschil, de onherleidbaarheid van het mannelijke tot het vrouwelijke en omgekeerd, wordt hierdoor gekenmerkt.

Deze tegenstellingen kunnen het beste begrepen worden tegen de achtergrond van Lyotards bezwaar tegen vormen van denken die verschillen en variaties in de werkelijkheid veronachtzamen. Deze vormen van denken zoeken naar een uniform en logisch sluitend systeem. Zo wordt in de filosofie gesproken van 'de mens' waar volgens Lyotard 'man', 'mannen', 'vrouw' of 'vrouwen' zou moeten staan. Verschillen tussen mannen en vrouwen kunnen zelf niet gedacht worden vanuit een perspectief dat boven of buiten deze verschillen staat - we zijn nu eenmaal zelf altijd man of vrouw - , en datzelfde geldt voor de vraag hoe de mens mens is.

Dit bezwaar tegen de oppositionele structuur van Lyotards denken mag blijven staan, maar we moeten in het oog houden dat zijn onderneming vooraleerst gemotiveerd wordt door een ethische impuls. Hij probeert in het denken een ruimte open te leggen voor een sensibiliteit aangaande onszelf. Die ruimte wil hij scheppen door het openbreken van de onderling herleidbare begrippen waarmee wij onszelf telkens opnieuw omschrijven (of deze nu mediatiek, filosofisch, bureaucratisch of wetenschappelijk van aard zijn). Waar het bij zo’n sensibiliteit aangaande onszelf om draait is moeilijk in algemene begrippen te duiden.

Maar de roman 1984 (geschreven door George Orwell) beschrijft misschien een aantal exemplarische voorbeelden van zo’n ‘unsettling experience’. Temidden van de onmenselijkheid van een dictatoriaal, van oorsprong socialistisch, regime koestert de hoofdpersoon Winston Smith een presse-papier van gegoten glas, waarin een koraal vervat zit. De onmenselijkheid van het systeem in de roman bestaat voor een belangrijk deel in de beheersing van de tijdelijkheid van menselijk bestaan. De toekomst wordt via het verleden bepaald: door een drastische inperking van de woordenschat worden die zaken uit het geheugen geschrapt die niet meer mogen bestaan. Het presse papier en het koraal leggen getuigenis af van een onzegbaar verleden dat meer en meer verdwijnt, en daarmee van de kwetsbaarheid van ons menselijk bestaan. Het verleden zijn wij zelf, maar wie zijn wij nog als het verleden verdwijnt?

__________________________________________________________________________

Auteur van deze tekst - Drs. Patrick Vlug 

Verder lezen

Van Lyotard

  • Het onmenselijke: causerieën over de tijd, Kok Agora / Pelckmans (1992, oorspronkelijk 1988). Alleen nog antiquarisch verkrijgbaar. Vertaald in het Engels als The Inhuman.

Andere in het Nederlands vertaalde boeken van Lyotard zijn alle eveneens verschenen bij Kok Agora / Pelckmans, maar nog slechts antiquarisch verkrijgbaar.

  • Het postmoderne weten (1987, oorspronkelijk 1979). In het Engels vertaald als The Postmodern Condition.
  • Het postmoderne uitgelegd aan onze kinderen (1987, oorspronkelijk 1986). In het Engels vertaald als Post-Modern Explained for Children.
  • Heidegger en 'de joden' (1990, oorspronkelijk 1988). In het Engels vertaald als Heidegger and the Jews.
  • Het enthousiasme. Kants kritiek van de geschiedenis (1991, oorspronkelijk 1986). Vertaald in het Engels als Enthusiasm.
  • Postmoderne fabels (1993, oorspronkelijk 1993). In het Engels vertaald als Postmodern Fables.
  • Augustinus' Belijdenissen (1999, oorspronkelijk 1998). In het Engels vertaald als The Confessions of Augustine.
  • Le différend (1983) is niet vertaald in het Nederlands, maar wel in het Engels: The Differend.

Over Lyotard

  • Brons, R. & H. Kunneman (red.), Lyotard lezen. Ethiek, onmenselijkheid en sensibiliteit, Boom (1995). Alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.
  • Sim, S., Lyotard and the Inhuman (1997).