Levensbeschouwing & politiek

Levensbeschouwing gaat over de manier waarop we de wereld moeten begrijpen en wat dat voor ons - mensen - betekent. Politiek gaat over de vraag hoe we ons samenleven moeten organiseren. Maar hoe verhouden die twee zich tot elkaar? De humanistische bewegingen heeft voor een tussenweg gekozen: levensbeschouwing en politiek zijn niet volledig te scheiden maar wel te onderscheiden.

Staat en religie: volledig gescheiden, volledig overlappend?
In sommige opvattingen hebben religie en staat niets met elkaar te maken. Denk aan de laïcité in Frankrijk: religie is een privé-aangelegenheid. Aan de andere kant van het spectrum staan diegenen die beweren dat een land politiek gestuurd moet worden door een specifieke levensbeschouwelijke opvatting. Staat en religie vallen dan samen.

Wat humanisten betreft, mogen overheid en geestelijke genootschappen niet op elkaars stoel zitten. De overheid heeft zich niet te bemoeien met de inhoud van levensbeschouwingen. Andersom kunnen levensbeschouwelijke principes niet opgelegd worden aan individuen die deze principes niet delen (het principe van de scheiding Kerk en Staat). Ieder individu heeft levensbeschouwe-lijke vrijheid.

Levensbeschouwing en politiek staan echter niet totaal los van elkaar. Ze hebben beiden te maken met bepaalde idealen en waarden. Op dit gebied vindt dan ook overlap plaats. Zo bestaan er religieuze politieke partijen als het CDA en de CU. 

Basisrechten
In een goed werkende democratie, is ruimte voor alle politieke partijen, op welke grondslag dan ook. Alle partijen houden zich echter aan een aantal basisrechten, met name de vrijheid van het individu. Democratie is in deze opvatting niet de dictatuur van de meerderheid maar het toekennen van basisrechten aan ieder individu, waaronder de vrijheid van levensbeschouwing. Hetzelfde principe van individuele basisrechten is terug te vinden bij solidariteit. Solidariteit vloeit voor humanisten niet voort uit godsdienstige naastenliefde of uit opgelegde gelijkvormigheid, maar uit een besef van rechtvaardigheid voor ieder individu. Dit past in de traditie van de Renaissance en Verlichting waarin de begrippen vrijheid, gelijkheid en solidariteit zowel keuzevrijheid als maatschappelijke betrokkenheid kunnen waarborgen.

Deze traditie heeft vorm gekregen in verschillende politieke partijen. Humanisten zijn dan ook zowel links als rechts in het politieke spectrum te vinden. Er bestaat geen aparte humanistische politieke partij die door humanistische beweging is opgericht (wel een 'humanistisch democratische partij' die niet is gerelateerd aan het georganiseerd humanisme). Dat komt deels omdat humanisten het eens kunnen zijn over de te bereiken doelen maar van mening kunnen verschillen over de middelen. Liberale en sociaal-democratische humanisten hebben elkaar levensbeschouwelijk altijd kunnen vinden, ook al leidde en leidt dat wel eens tot spanningen. Bijvoorbeeld in de jaren tachtig toen er meningsverschil was over de plaatsing van kruisraketten.

Over een aantal politieke thema's laten humanisten zich regelmatig horen. Ingenomen standpunten vloeien vooral voort uit het ideaal van gelijkheid (met name de gelijkberechtiging van homoseksuelen en vrouwen) en het zelfbeschikkingsrecht waar het zaken van leven en dood betreft (abortus en euthanasie). Het gaat hier om progressieve standpunten en een verzet tegen een conservatieve ethiek. Op dit moment laten humanisten zich ook horen als de huidige politiek een al te sterk christelijk perspectief aan de rest van de samenleving oplegt. Er is wat humanisten betreft ruimte voor levensbeschouwelijke overwegingen in de politiek, maar een overheid mag een individu geen levensbeschouwelijke opvattingen opleggen.  

Auteur van deze tekst - Prof. Dr. Rob Tielman