Vrijheid van denken

Sinds 2012 brengt de internationale humanistische gemeenschap een rapport over de vrijheid van denken (Freedom of Thought) uit. Hoe staat het wereldwijd met het recht om je eigen levensvisie te ontwikkelen, en in welke landen mag je in vrijheid bepalen wat je gelooft of niet gelooft?

Het rapport wil hiermee artikel 18 - de vrijheid van denken en religie - van de Internationale Verklaring voor de Rechten van de Mens beter inzichtelijk maken. Maar dan specifiek voor mensen die niet-religieus zijn. De vrijheid van denken en religie is immers ook de vrijheid om niet te geloven. 

Het rapport Freedom of Thought is het enige rapport dat de situatie van niet gelovigen wereldwijd in kaart brengt. Het richt zich op atheïsten, agnosten, vrijdenkers en humanisten en gaat na of er systematische, juridische en door de staat bepaalde of gelegitimeerde beperkingen zijn om vrij te denken. 

De vrijheid van denken, geweten, religie en levensbeschouwing

In de internationale verklaring voor de rechten van de mens, staan drie specifieke vrijheidsrechten bij elkaar: artikel 18, 19 en 20. De vrijheid van meningsuiting (artikel 19) krijgt vaak de meeste aandacht. Maar in wezen zijn ze het sterkst in samenspraak. Artikel 18 omvang de vrijheid van denken en van religie, artikel 20 gaat over de vrijheid van verenigen. Samen waarborgen ze de mogelijkheid van iedere mens om in vrijheid te denken, te twijfelen, te geloven, om zijn visie en mening te uiten en om dit samen met anderen te leven en in praktijk te brengen (mits het geen schade aan anderen toebrengt). 

De vrijheid van denken, van geweten, van religie en levensbeschouwing is een internationaal recht. Artikel 18 van de Universele Verklaring van de Mensenrechten luidt: 

“Everyone has the right to freedom of thought, conscience and religion; this right includes freedom to change his religion or belief, and freedom, either alone or in community with others and in public or private, to manifest his religion or belief in teaching, practice, worship and observance.

 De VN mensenrechtenraad heeft daar een specifiek commentaar (General Comment 22) aan toegevoegd: 

“1. The right to freedom of thought, conscience and religion (which includes the freedom to hold beliefs) in article 18.1 is far-reaching and profound; it encompasses freedom of thought on all matters, personal conviction and the commitment to religion or belief, whether manifested individually or in community with others…

2. Article 18 protects theistic, non-theistic and atheistic beliefs, as well as the right not to profess any religion or belief. The terms ‘belief’ and ‘religion’ are to be broadly construed. Article 18 is not limited in its application to traditional religions or to religions and beliefs with institutional characteristics or practices analogous to those of traditional religions.” 

De vrijheid van denken en van religie is dus niet beperkt tot institutionele religies, maar geldt voor het individu. Daarom wordt het door humanisten meestal de vrijheid van denken genoemd, in plaats van de vrijheid van religie. Het is overigens voor de meeste mensen gebruikelijk om het andersom te doen: de vrijheid van denken en religie, wordt samengevat tot 'de vrijheid van religie'. Maar mensenrechten zijn ervoor bedoeld om mensen te beschermen, niet om religies te beschermen. 

Freedom of Thought

In Nederland biedt het Humanistisch Verbond het internationale Freedom of Thought rapport jaarlijks aan aan beleidsmakers en politici. In 2016 bijvoorbeeld, ontving de mensenrechtenambassadeur Kees van Baar het rapport uit handen van Boris van der Ham (voorzitter HV) en Rein Zunderdorp (bestuurslid IHEU). 

Verschillende Kamerleden (o.a. Omtzigt (CDA), Ten Broeke (VVD), Bommel (SP), Servaes (PvdA) en Voordewind (CU)) hebben het HV laten weten zich zorgen te maken over de wereldwijde risico’s voor ongelovigen. In 2016 was het in 59 landen illegaal om niet gelovig te zijn, en in maar liefst 13 landen staat er de doodstraf op. Een van de aandachtspunten die het HV belangrijk vindt, is de situatie van ongelovige vluchtelingen in asielzoekerscentra. Hierover is de documentaire ‘Ongelovig. Vrijdenkers op de Vlucht’ gemaakt door omroep Human

In Nederland zijn de meeste mensen niet gelovig en staat op ongeloof nauwelijks een taboe. Maar dat geldt niet voor iedereen. Met name voor mensen die een islamitische achtergrond hebben kan het moeilijk zijn om niet te geloven en dat te uiten. Vooral in de omgang met ouders en de bredere sociale omgeving. In verschillende landen zijn daarom comités voor ex-moslims opgericht. In Nederland bestaat sinds kort Nieuwe Vrijdenkers, waar ex-moslims en nieuwe vrijdenkers van allerlei achtergronden ervaringen kunnen uitwisselen. Op deze manier wordt ook voor hen de vrijheid van denken beter mogelijk gemaakt. 

____________________________________________________________________________

Auteur van deze tekst: Drs. Esther Wit