Op gelijke voet

'De strijd is in beginsel beslecht; de gelijkgerechtigheid wordt principieel nauwelijks meer betwist; ook al blijven er praktisch nog wensen te vervullen'

Met deze woorden maakte Jaap van Praag, voorzitter van het HV, op het jubileumcongres op 19 februari 1966 de balans op van de emancipatiestrijd van buitenkerkelijken. Een strijd voor gelijke rechten die lang heeft geduurd. De  emancipatie van humanisten kwam gelijk tot stand met andere emancipatiebewegingen zoals die van vrouwen en homoseksuelen.


Tekstfragment grondwet monument Den Haag

Humanisme erkend
In het jaar 1965 werd algemeen erkend dat het humanisme naast het joods-christelijk denken een belangrijke grondslag vormde van de Nederlandse traditie. Minister-president Jo Cals sprak in de regeringsverklaring de woorden uit dat het beleid gedragen zal worden door de geestelijke waarden, die in christendom en humanisme tot uiting komen. Daarmee kwam het humanisme op gelijke voet met het christendom, eigenlijk ondenkbaar toen het HV in 1946 werd opgericht (zie ook georganiseerd humanisme)

Mijlpaal in 1983: Grondwetswijziging
De echte mijlpaal werd echter in 1983 bereikt. Na lang lobbyen door de humanisten, veranderden artikelen 1 en 6 van de Grondwet. Vanaf nu werden godsdienst en levensovertuiging gelijk behandeld.

Artikel 1 luidt nu: 'Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan'. (cursief red.)  

In Artikel 6 valt te lezen: 'Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'. (cursief red.)

Emancipatiestrijd
Het succes van de emancipatiestrijd van het HV was afhankelijk van een aantal factoren. 

Allereerst was er een kleine groep 'representatieve' (bestuurs)leden die zich dag en nacht inzette voor het Verbond. Deze leden wisten goed gebruik te maken van de netwerken waarin ze opereerden en konden daar met argumenten en in dialoog hun strijd voor gelijkberechtiging voeren. Door aan te tonen dat een mens zonder geloof niet direct een mens zonder moraal  is, droegen ze sterk bij aan de emancipatie van ongodsdienstigen.

Erg belangrijk voor de humanisten was paradoxaal genoeg de verzuilde structuur van de samenleving. Vooral het gelijkheidsprincipe was essentieel. Het gelijksprincipe betekende dat de verschillende levensbeschouwingen in de samenleving, aanspraak konden maken op - door de overheid betaalde - evenredige rechten en diensten. 

De strijd van de humanisten heeft groot aantal humanistische diensten en voorzieningen opgeleverd (zie ook praktisch humanisme). Hoewel verhoudingsgewijs de christelijke groeperingen nog steeds onevenredig meer overheidsondersteuning krijgen dan hun aandeel in de bevolking rechtvaardigt.

De integratie van de humanisten in de samenleving blijkt bijvoorbeeld uit de deelname van het Humanistisch Verbond aan diverse interlevensbeschouwelijke verbanden zoals de Prinsjesdagviering en aan de lokale raden van levensbeschouwingen en religies.

Het heeft even geduurd maar inmiddels is het humanisme een erkende levensbeschouwelijke stroming.

Auteur van deze tekst - Drs. Bert Gasenbeek

Verder lezen

Gasenbeek, B., & Peter Derkx, Georganiseerd humanisme in Nederland: geschiedenis, visies en praktijken (2006).

Gasenbeek, B., & Piet Winkelaar, Humanisme (2006).