Ontzuiling

De Nederlandse samenleving was in de jaren vijftig sterk verzuild. Iedere levensbeschouwelijke en ideologische stroming had zijn eigen min of meer gesloten gemeenschap. Vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw zet de ontzuiling in.  Dit wil niet zeggen dat de zuilen verdwenen zijn. Humanisten worstelen met de materie. Hoewel het financieel en strategisch handig kan zijn je te beroepen op je eigen levensbeschouwelijke zuil, wijst de humanistische ethiek een eigen zuil af.

Verdeeld Nederland

In de jaren 50 waren vrijwel alle delen van de samenleving verdeeld op levensbeschouwelijke en ideologische gronden. De protestants-christelijken, rooms-katholieken, socialisten en de liberalen hadden een eigen zuil, met eigen organisaties en voorzieningen.
Deze zuilen hadden grote invloed op het dagelijks leven. Een katholiek ging niet alleen naar de katholieke kerk maar ook naar een katholieke school, las een katholieke krant, ging naar een katholieke sportclub, keek en luisterde naar de Katholieke Radio Omroep (KRO), trouwde met een katholiek en stemde op een katholieke partij. Vanaf de de jaren 60 bleek deze onderverdeling achterhaald en onwenselijk. Dit had er deels mee te maken dat Nederland een verzorgingsstaat werd; mensen waren voor zorg minder afhankelijk van de zuil waar ze toe behoorden. Ook de televisie heeft sterk bijgedragen; mensen kregen toegang tot meer en open informatie.

Dit wil niet zeggen dat de zuilen van welleer geheel verdwenen zijn. Nog altijd zijn scholen inclusief universiteiten en omroepen deels verzuild. Ook bij kranten en politieke partijen kan de levensbeschouwelijke achtergrond nog worden waargenomen. Met de komst van de Islam in Nederland, doet zich opnieuw de vraag naar de wenselijkheid van verzuiling voor, met name op het gebied van onderwijs.

Neutraal of pluriform?

De ontzuiling in Nederland heeft ook te maken met het langduriger en bredere proces van secularisering. Grof gezegd betekent secularisering dat de rol van religie niet langer dominant is in de organisatie van de samenleving. 

In een seculiere samenleving kan de staat neutraal of pluriform zijn. Neutraal betekent dat de overheid op geen enkele wijze aandacht mag besteden of steun verlenen aan godsdienstige of levensbeschouwelijke gedachten of activiteiten. Dit is bijvoorbeeld in Frankrijk het geval: laicité. Een deel van het georganiseerd atheïsme in Nederland, streeft dit model na. 

Nederland en Belgie hebben een pluriform model. Dit houdt in dat de overheid en levensbeschouwelijke genootschappen niet op elkaars stoel mogen zitten. Maar het sluit niet uit dat overheidsbekostiging van levensbeschouwelijke activiteiten mogelijk is (zoals geestelijke verzorging in leger en gevangenissen). Zolang er maar sprake is van gelijke behandeling en een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden.

Is humanisme een zuil?

Humanisten kiezen over het algemeen voor een pluriform model, met uitzondering van sommige atheïstisch humanisten. Ze vinden dat levensbeschouwelijke visies een plek mogen hebben in de organisatie van de samenleving en in het politieke debat. Humanisten gaan uit van zelfbeschikking en vrijheid, ook op levensbeschouwelijk gebied.
Tegelijkertijd hebben humanisten er problemen mee dat mensen worden opgedeeld in levensbeschouwelijke groepen. Dit opdelen naar religie - met name als dit al op school gebeurt - belemmert een daadwerkelijk vrije keuze (de verzuiling van scholen is in Nederland geregeld in het beruchte artikel 23). Bovendien kunnen de meeste mensen vandaag de dag niet zo gemakkelijk tot één groep of levensbeschouwing worden gereduceerd; velen combineren inzichten uit talloze culturen, tradities, inzichten en praktijken.

Nederlandse en Belgische humanisten hebben er dan ook niet voor gekozen om humanistische scholen op te richten. In andere sectoren zijn andere keuzes gemaakt. Zo werd in religieuze bejaardenhuizen vaak aan zieltjeswinnerij gedaan, was vrijwillige euthanasie niet beschikbaar en werd het homo/lesbische paren niet toegestaan om samen te wonen. Daarom zijn indertijd humanistische bejaardenhuizen opgericht die ook openstaan voor andersdenkenden, bijvoorbeeld de huizen van Stichting Humanitas in Rotterdam.

Meedoen aan de verzuiling gebeurde in humanistische kringen vooral uit strategische overwegingen. Men wilde een einde te maken aan de achterstelling van niet-gelovigen. Humanisten hebben over het algemeen echter voorop gelopen bij het bevorderen van de ontzuiling.

_____________________________________________________________________________

Auteur van deze tekst - Prof. Dr. Rob Tielman