kritisch denken

Socrates, (door Plato, 399 v.Chr.) \n

'...dat een leven waarbij men zichzelf niet onderzoekt, een mens onwaardig is...' 

Galileo Galilei (1564 - 1642)

'Ik denk dat we in discussies over natuurlijke fenomenen niet met de Bijbel moeten beginnen, maar met experimenten en bewijzen.' (Brief aan de Groothertogin Christina, 1615)

Franz Junghuhn, (1854)

'We moeten blind geloof verwerpen, maar zelf nadenken en alles onderzoeken'

Dirck Volkertsz. Coornhert      

'Ghevangen te worden is mij gheenen schande / My slechte knecht, t gebuert den meesten van den landen / En al heb dy mijn dienstbaer lichame gevangen / Mijn ziel is vry, geen Mensch mach die vangen noch hanghen'.

Giordano Bruno (1548-1600)

'Alle dingen zijn in het universum en het universum is in alle dingen; wij zijn het en het is in ons; op deze manier komt alles samen in perfecte eenheid.'

René Descartes, (1637)

'Cogito, ergo sum', 'Ik denk, dus ik besta.' *

Multatuli, (1861)

 
'Ik ken U niet, o God! Ik riep U aan, ik zocht,
Ik smeekte om antwoord, en Gy zweegt! Ik wôu zo graag Uw wil doen... niet uit vrees voor straf, uit hoop op loon, 
Maar zo als 't kind den wil zyns vaders doet... uit liefde!

Desiderius Erasmus, (1511)

'Mijns inziens bereikt men met een bescheiden houding meer dan door onbesuisd op te treden. (...) Intussen moeten wij ervoor zorgen dat ons hart niet wordt verdorven door toorn, haat of eerzucht, want juist wanneer wij streven naar godsvrucht zijn dat de valstrikken die ons bedreigen.' (brief van Erasmus aan Luther, 1519)

Ludwig Feuerbach, (1841)

'Niet een god schept de mensen, maar de mensen scheppen zich een god naar hun beeld.'

Copernicus, (1543)

'Ik kan mij goed voorstellen, meest heilige vader, dat mensen die horen dat ik bepaalde bewegingen aan de aarde toeschrijf in dit boek (...), meteen zullen uitschreeuwen dat mijn theorie en ik moeten worden afgewezen.'

Adriaen Koerbagh (1633-1669)

"(...) die de rede versuymt te gebruycken vervalt tot alle onwetendheyd en bijgeloovigheyd, waaruyt alle kwaad spruyt" (uit: Een Ligt)

Karl Popper, (1945)

''(W)ij, en wij alleen, (zijn) verantwoordelijk voor onze ethische beslissingen en wij (kunnen) die verantwoordelijkheid op niemand anders afschuiven, niet op God, niet op de natuur, niet op de samenleving en ook niet op de geschiedenis.'