macht en machtsmisbruik

John Locke, () (1690)

'The state of nature has a law of nature to govern it, which obliges every one: and reason, which is that law, teaches all mankind, who will but consult it, that being all equal and independent, no one ought to harm another in his life, health, liberty, or possessions.' (hoofstuk 2, ยง6)

Friedrich Nietzsche (1844 - 1900)

Nietzsches verkondiging van de dood van God draaide om een herwaardering van alle waarden. Elk individu dient zijn vrijheid en verantwoordelijkheid op zich te nemen vanuit een onvoorwaardelijke affirmatie van het leven, amor fati. Hoewel Nietzsche een anti-humanist was, werd zijn filosofie gedreven door een zorg om de mens.

Aletta Jacobs (1854 - 1929)

Nieuwe intro bij Aletta Jacobs

Simone de Beauvoir, (1949)

'Je komt niet ter wereld als vrouw, je wordt tot vrouw gemaakt.'

Simone de Beauvoir, (1949)

'Je komt niet ter wereld als vrouw, je wordt tot vrouw gemaakt.'

Charles Montesquieu,  (1748)

Gescheiden politieke machten voorkomen tirannie en maken burgerlijke vrijheid mogelijk. Montesquieu (1689-1755) is de geestelijk vader van de scheiding van machten in een wetgevende, een uitvoerende en een rechterlijke macht (Trias Politica). Daarmee wordt hij een belangrijke grondlegger van de rechtsstaat en ons politieke bestel. De Trias Politica formuleert hij in 1748, in het boek 'De l'Esprit des Lois' - Over de Geest der Wetten.

John Locke, (1689)

'Het is het niet de veelheid van opvattingen, die onvermijdelijk is, maar de weigering van de tolerantie die men had kunnen opbrengen tegenover die mensen met een verschillende mening, die het merendeel van de religieuze conflicten en oorlogen in de christelijke wereld heeft voortgebracht.'

Desiderius Erasmus, (1511)

'Mijns inziens bereikt men met een bescheiden houding meer dan door onbesuisd op te treden. (...) Intussen moeten wij ervoor zorgen dat ons hart niet wordt verdorven door toorn, haat of eerzucht, want juist wanneer wij streven naar godsvrucht zijn dat de valstrikken die ons bedreigen.' (brief van Erasmus aan Luther, 1519)

John Stuart Mill, (1859)

'[D]e enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig lid van een beschaafde samenleving, tegen zijn zin, (is) de zorg dat anderen geen schade wordt toegebracht. Iemands eigen welzijn, hetzij fysiek, hetzij moreel, is geen voldoende rechtsgrond.' (Inleiding, p.45)

Ten Bokkel, (1893)

'We menen dat de godsdienst, zooals zij in ons landje door dominees, pastoors, rabbis, enz. wordt geleerd, op den duur het volk ongelukkig maakt.'

Karl Marx,  (1844)

'Zij heeft de persoonlijke waardigheid in de ruilwaarde opgelost, en in de plaats der talloze verleende en verworven vrijheden als enige vrijheid de gewetenloze handelsvrijheid gesteld' (Marx en Engels in het Communistisch Manifest uit 1848 ).