onverschilligheid

Jürgen Habermas, (1962)

'De burgerlijke publieke sfeer moet bovenal worden opgevat als de sfeer waarin privé personen samenkomen als publiek (...). Het medium van deze politieke confrontatie was opmerkelijk en zonder historisch precedent: dat mensen hun rede publiek gebruikten.' (p. 27)

Jaap van Praag, (1947)

'(...) humanisme betekent tegelijk die milde kunst, die zich met veel menselijk falen verzoend heeft en daaruit kracht put - glimlach zonder pessimisme en zelfzucht zonder zwaarwichtigheid.' (pg. 92)