politiek

John Locke, () (1690)

'The state of nature has a law of nature to govern it, which obliges every one: and reason, which is that law, teaches all mankind, who will but consult it, that being all equal and independent, no one ought to harm another in his life, health, liberty, or possessions.' (hoofstuk 2, §6)

Goethe (1749 - 1832)

'Het leven is een soort (...) gedicht: het heeft begin en eind, maar een geheel is het niet.'

Jürgen Habermas, (1962)

'De burgerlijke publieke sfeer moet bovenal worden opgevat als de sfeer waarin privé personen samenkomen als publiek (...). Het medium van deze politieke confrontatie was opmerkelijk en zonder historisch precedent: dat mensen hun rede publiek gebruikten.' (p. 27)

Wilhelm von Humboldt (1767 - 1835)

'Ieder individu, afhankelijk van zijn behoeften en mogelijkheden en gebonden aan de grenzen van zijn kracht, moet de kans hebben zich te ontwikkelen volgens zijn innerlijke persoonlijkheid.' (Gesammelte Schrifte, I, p. 111)

Thomas More, (1516)

'Utopia kent (...) in feite alleen natuurlijke religies: religies die gebaseerd zijn op rationele argumenten en de menselijke behoefte om een verklaring te vinden voor allerlei verschijnselen en niet op een of andere Openbaring van God.' (p. 138)

Marcus Aurelius, (ca 170 -180 na Chr.)

'Acht jezelf goed genoeg alles te zeggen en te doen wat in overeenstemming is met de natuur en laat je niet van de wijs brengen als kritiek en gepraat van bepaalde lieden er het gevolg van zijn. Als het goed is dat iets gedaan of gezegd is, meen er dan de verantwoordelijkheid voor. Die anderen hebben immers hun eigen kompas en hun eigen motieven. Kijk daar niet naar om, maar ga door op de rechte weg en volg de natuur, die van jezelf en de Universele, want de weg van die twee is dezelfde.' (Boek V, 3)

Bertrand Russell, (1927)

'Ik denk niet dat de werkelijke reden dat mensen religie accepteren iets met argumentatie te maken heeft. Ze accepteren religie op emotionele gronden. Religie is, denk ik, bovenal gebaseerd op angst. Het gaat deels om de vrees voor het onbekende en deels (...) om de wens een soort oudere broer te hebben die voor je klaar staat in al je problemen en onenigheden.'  (vertaling door redactie)

Seneca, (ca. 62-64 na Chr.)

'Als je een mens ziet die onverschrokken blijft in gevaren, die niet beroerd wordt door begeerten, die te midden van tegenspoed gelukkig is, midden in stormen rustig, die vanaf een hoger niveau de mensen en op gelijk niveau de goden beziet, zal jou dan niet een gevoel van verering voor hem besluipen?' (Brief 41)

Anton Levien Constandse, (1985)

'Op grond dezer democratische beginselen bestrijden wij wel de dogma's, de onredelijkheid en het bijgeloof, doch niet de mensen.' (De Vrijdenker, 7 dec. 1946)

Thomas Paine (1737 - 1809)

'Mijn eigen geest is mijn eigen kerk.'

Spinoza, (1677)

'Gelukzaligheid is niet het loon van de deugd, maar de deugd zelf... (Al) het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam.' (Boek V, stelling 42).

Karl Marx,  (1844)

'Zij heeft de persoonlijke waardigheid in de ruilwaarde opgelost, en in de plaats der talloze verleende en verworven vrijheden als enige vrijheid de gewetenloze handelsvrijheid gesteld' (Marx en Engels in het Communistisch Manifest uit 1848 ).