rede/rationaliteit

David Hume (1711-1776)

'Volgens het moderne Europese bijgeloof is het goddeloos het eigen leven te beëindigen en al doende in opstand te komen tegen onze schepper. En waarom (...) is het dan niet goddeloos om huizen te bouwen, de grond te bewerken, en de oceaan te bevaren?' (Over Zelfdoding)

Goethe (1749 - 1832)

'Het leven is een soort (...) gedicht: het heeft begin en eind, maar een geheel is het niet.'

Encyclopédie: Diderot & d'Alembert (1751 - 1772)

'Het doel van een encyclopedie is het verzamelen van de kennis die over de wereld is verspreid en haar als systeem aan onze samenleving te presenteren.' 

Jürgen Habermas, (1962)

'De burgerlijke publieke sfeer moet bovenal worden opgevat als de sfeer waarin privé personen samenkomen als publiek (...). Het medium van deze politieke confrontatie was opmerkelijk en zonder historisch precedent: dat mensen hun rede publiek gebruikten.' (p. 27)

Dirck Volkertsz. Coornhert      

'Ghevangen te worden is mij gheenen schande / My slechte knecht, t gebuert den meesten van den landen / En al heb dy mijn dienstbaer lichame gevangen / Mijn ziel is vry, geen Mensch mach die vangen noch hanghen'.

Max Weber (1864 - 1920)

'Het is het lot van onze tijd, met de haar eigen rationalisering en intellectualisering, vooral: de onttovering van de wereld, dat juist de laatste en meest sublieme waarden zijn teruggetreden uit de openbaarheid (...)' 

Bertrand Russell, (1927)

'Ik denk niet dat de werkelijke reden dat mensen religie accepteren iets met argumentatie te maken heeft. Ze accepteren religie op emotionele gronden. Religie is, denk ik, bovenal gebaseerd op angst. Het gaat deels om de vrees voor het onbekende en deels (...) om de wens een soort oudere broer te hebben die voor je klaar staat in al je problemen en onenigheden.'  (vertaling door redactie)

René Descartes, (1637)

'Cogito, ergo sum', 'Ik denk, dus ik besta.' *

Jaap van Praag, (1947)

'(...) humanisme betekent tegelijk die milde kunst, die zich met veel menselijk falen verzoend heeft en daaruit kracht put - glimlach zonder pessimisme en zelfzucht zonder zwaarwichtigheid.' (pg. 92)

Tzvetan Todorov, (1998)

Is de mens uiteindelijk afhankelijk van God? Zitten we gevangen in de natuurwetten van causaliteit? Leidt individualisme niet onherroepelijk tot egoïsme? Kortom, hoe kunnen we de menselijke vrijheid denken? Dit zijn de vragen die de Bulgaars-Franse filosoof Tsvetan Todorov (1939) in De onvoltooide tuin aan de orde stelt. Todorov is een humanist omdat hij het idee van menselijke vrijheid centraal stelt.

Voltaire (1694 - 1778)

'Onze priesters zijn niet wat het dwaze volk denkt. Op onze goedgelovigheid berust hun hele wetenschap.' (Oedipe (1718))

Seneca, (ca. 62-64 na Chr.)

'Als je een mens ziet die onverschrokken blijft in gevaren, die niet beroerd wordt door begeerten, die te midden van tegenspoed gelukkig is, midden in stormen rustig, die vanaf een hoger niveau de mensen en op gelijk niveau de goden beziet, zal jou dan niet een gevoel van verering voor hem besluipen?' (Brief 41)

Thomas Paine (1737 - 1809)

'Mijn eigen geest is mijn eigen kerk.'

Sigmund Freud, (1927)

'Stellig zal de mens (wanneer men hem de religieuze illusie afpakt - red.) in een lastige situatie verkeren, hij zal zichzelf heel zijn hulpeloosheid, zijn onbeduidendheid in het wereldse raderwerk moeten bekennen, hij zal niet langer het middelpunt van de schepping, niet langer het voorwerp van liefderijke zorg van een goedgunstige voorzienigheid zijn. Hij zal zich in dezelfde positie bevinden als het kind dat het ouderlijk huis verlaten heeft, waarin het zich zo warm en behaaglijk voelde. Maar het infantilisme is toch gedoemd te worden overwonnen, nietwaar? De mens kan niet eeuwig kind blijven.' (Conclusie)