Een nieuwe methode om de wereld te begrijpen

Wetenschappelijke revolutie

'Als de mens begint met zekerheden, zal hij eindigen in twijfel; maar als hij zich er tevreden mee stelt met twijfels te beginnen, zal hij eindigen in zekerheid.' (Francis Bacon, The Proficience and Advancement of Learning (1605), Boek I)

Hoe hangen de natuurverschijnselen samen? Welke orde valt erin te ontdekken? Vragen die de mens zich al eeuwen stelt. In de late Middeleeuwen ontwikkelde zich een nieuwe manier om deze vragen te beantwoorden: de natuurwetenschappen.

Copernicus, Gesprek met God, door Jan Matejko (1872)

Het begin van de Wetenschappelijke Revolutie

Het begin van de Wetenschappelijke Revolutie wordt vaak in 1543 gelegd. Copernicus publiceert dan zijn Over de omwenteling van de hemelse sferen. In dit boek geeft hij aan dat niet de aarde het middelpunt van het heelal is, maar dat de planeten om de zon draaien: het heliocentrische systeem. Omdat deze leer in tegenspraak was met de leer van de kerk, werd het boek in 1616 op de index van verboden boeken gezet.

Een nieuwe manier van kijken

De ontwikkeling van de nieuwe manier om naar de wereld te kijken vormde geen plotseling breuk. Toch kunnen we wel constateren dat zich in het 16e en 17e eeuwse Europa een overgang tussen de vroegere natuurfilosofie en de moderne natuurwetenschap heeft voorgedaan, de
Wetenschappelijke Revolutie.

Natuurfilosofen schetsten de wereld als geheel in woorden. Moderne natuurwetenschappers proberen daarentegen greep te krijgen op partjes van de wereld. Ze gebruiken vaak instrumenten als hulpmiddelen voor goede observatie, en streven precisie na. De essentie zit hem dan niet in de verbale uiteenzetting, maar in goed waarnemen en het eenduidig opschrijven van die observaties. De wetenschappelijke revolutie bracht nieuwe inzichten naar voren in bijvoorbeeld de scheikunde en de biologie, maar was vooral ook een nieuwe methode om de wereld te onderzoeken.

De wereld waar de oude natuurfilosofen verslag van uitbrachten, was de wereld van onze dagelijkse ervaring, bezien vanuit een metafysisch-religieus gezichtspunt. Bij de metafysisch-religieuze ontrafeling van de wereld kon je met je gezonde verstand een heel eind komen. Daarentegen demonstreert de moderne natuurwetenschap dat verschijnselen die wij dagelijks waarnemen, bijvoorbeeld een om ons heen draaiende zon, bij goede observatie wel eens onjuist kunnen blijken. De moderne natuurwetenschap is dan ook contra-intuïtief.

Een nieuw wereldbeeld

De Revolutie heeft zich niet rechtlijnig voltrokken. Rond 1600 hebben met name Johannes Kepler (1571 - 1630) en Galileo Galilei (1564 - 1642) manieren gevonden om via de wiskunde inzicht te krijgen in bijvoorbeeld het zonnestelsel of de val van voorwerpen op aarde. Hun wiskundige aannamen konden getoetst worden door middel van observatie en via experimenten.


Francis Bacon door J. Vanderbank (ca. 1731), National Portrait Gallery, London

Vrijwel gelijktijdig, maar wel afzonderlijk van elkaar wisten Francis Bacon, William Harvey, William Gilbert en Jan van Helmont via de experimentele methode nieuwe verschijnselen op het spoor te komen. Bijvoorbeeld dat onze bloedsomloop wordt aangedreven door het hart. En ook ontwikkelden in diezelfde tijd Isaac Beeckman, René Descartes en Pierre Gassendi natuurfilosofieën van een ten dele nieuw type, waarmee natuurverschijnselen veel gedetailleerder konden worden verklaard.

In de loop van de 17e eeuw gingen vervolgens de nieuwe vormen van natuurkennis op elkaar inwerken. En tenslotte heeft in 1687 Isaac Newton met zijn revolutionaire Philosophiae Naturalis Principia Mathematica, Beginselen van een wiskundige natuurwetenschap, de kroon gezet op een kleine eeuw pionierswerk, dat het menselijk kennen en ook kunnen voor altijd heeft veranderd.


Titelblad van de Principia, Newton (1687)

De hier geschetste omwenteling heeft ingrijpende wereldbeschouwelijke gevolgen met zich meegebracht. Natuurfilosofie maakte onlosmakelijk deel uit van de filosofie, die altijd al religieus was georiënteerd en in de Middeleeuwen nauw met het christelijk geloof verstrengeld was geraakt. Meteen al in de 17e eeuw begint een proces van ontwarring, dat met horten en stoten tot in onze tijd doorgaat. Sindsdien kunnen we er nauwelijks meer onder uit, ons rekenschap te geven van wat de moderne natuurwetenschap met zich meebrengt voor ons mens- en wereldbeeld.

_____________________________________________________________________________

Auteur van dit venster - Prof. dr. Floris Cohen