+

Leeswijzer

Historisch opgebouwd via vensters en werken

 

Vensters

De Canon is historisch opgebouwd via ‘vensters’. Vensters geven een belangrijke periode of ontwikkeling in de geschiedenis van het humanisme weer en vormen de ‘ingang’ in de Canon. Deze vensters vindt u op de homepagina. U ziet linksboven de oudste periode (het venster ‘Paideia’) en rechtsonder de jongste (het venster ‘Humanisme nu’).

 

Werken

In ieder venster vindt u diverse ‘werken’. Dit zijn exemplarische boeken, films, strips, wetten, personen en kunstwerken binnen het venster. In het venster ‘Existentialisme’, vindt u bijvoorbeeld de werken ‘De mythe van Sisyphus’ van Camus, ‘Het existentialisme is een humanisme’ van Sartre en ‘De tweede sexe’ van De Beauvoir.

 

Zoeken

Mocht u specifiek naar iets op zoek zijn dan kunt u de zoekfunctie gebruiken, bovenaan de pagina. 

 

John Stuart Mill, Over vrijheid

John Stuart Mill (1806-1873) was een Engels filosoof, econoom, politiek activist en vooruitstrevend liberaal parlementslid. In zijn bekende werk On Liberty, Over Vrijheid, zet hij het schadebeginsel uiteen. De vrijheid van het individu mag alleen beperkt worden wanneer hij of zij anderen fysieke schade toebrengt. Verder pleitte Mill in On Liberty voor een zo groot mogelijke vrijheid van meningsuiting.

 

Grondslagen van het politiek liberalisme

In 1859, het jaar waarin On the Origin of Species van Charles Darwin verscheen, publiceerde Mill zijn boek On Liberty. Deze twee boeken zijn van fundamenteel belang voor het humanistisch wereldbeeld.

 

Mill staat in de traditie van de Verlichting. Hij probeert door middel van de rede een zo goed mogelijk systeem van samenleven te vinden. Zijn centrale uitgangspunt is de vrijheid van het individu. Natuurlijk zijn er mensen die het daar niet mee eens zijn, maar met welk recht zouden zij hun mening en wil aan een ander mogen opleggen? Mill denkt na over de consequenties van een zo groot mogelijke vrijheid voor ieder individu. Ten eerste meent hij dat het de primaire taak van de overheid is om deze vrijheid te waarborgen. De staat heeft het geweldsmonopolie en mag alleen geweld toepassen om individuen te beschermen tegen andere individuen, zoals rovers, moordenaars en verkrachters. Ten tweede formuleerde Mill het harm principle, het schadeprincipe. In hedendaagse taal: alles mag, zolang je anderen maar geen fysieke schade toebrengt.

 

Mills vorm van liberalisme als individualisme is een tegenhanger van paternalisme, waarbij een individu door andere individuen, een groep of de staat verplicht wordt dingen te doen of te laten tegen zijn of haar wil. Paternalisme blijkt een heel menselijke neiging. De culturele antropologie laat zien dat er geen cultuur bestaat of heeft bestaan waar de vrijheid van het individu centraal staat. Mills pleidooi voor individualisme is dan ook uniek. Paternalisme is vaak goed bedoeld, maar dringt mensen ook zaken op die tegen hun wil zijn en berokkent daarmee leed.

 

Zelfbeschikking ofwel individualisme, dat wil zeggen, een zo groot mogelijke vrijheid van het individu, is een van de uitgangspunten van zowel het liberalisme als het humanisme. Mills pleidooi voor individuele vrijheid is in de loop van de 20e eeuw in de liberale democratieën stapsgewijs grotendeels verwezenlijkt, met de gelijkberechtiging van vrouwen, homoseksuelen en gehandicapten.

 

De actualiteit van Mill: de vrijheid van meningsuiting en milieuethiek

Het gedachtegoed van Mill is actueel op tenminste twee punten:

 

  1. Ten eerste in de discussie over de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting. Mill pleit voor een zo groot mogelijke vrijheid van meningsuiting, zelfs wanneer dit anderen mentaal pijn kan doen en kan kwetsen of beledigen. De staat dient zich niet te mengen in de vrije meningsuiting van individuen, zolang er geen sprake is van fysiek geweld of het dreigen daarmee. Het is van fundamenteel belang om te beseffen dat Mill het alleen heeft over fysiek leed. Als mentaal leed ook wordt meegerekend in het schadebeginsel, wordt de vrijheid van meningsuiting te ernstig beperkt. Onze huidige wetgeving past overigens wel dergelijke mentale schadebeginselen toe, waaronder belediging en smaad. Hierin gaat onze wet dus verder dan Mill.
  2. Het tweede punt van toepassing van het Milliaanse liberalisme is op het gebied van de milieu-ethiek. Als wij, de meeste westerse burgers, Mills schadeprincipe serieus nemen, moeten we vrijwel allemaal ons gedrag aanpassen. Immers, de leefwijze van de gemiddelde westerse mens veroorzaakt schade aan anderen in de directe omgeving, bijvoorbeeld door de schadelijke uitstoot van auto’s; maar ook buiten onze grenzen – denk aan de export van afval. Als we het schadebeginsel van toepassing verklaren op toekomstige generaties, brengen we nog grotere schade toe. Om nog niet te spreken van schade aan dieren in de intensieve veehouderij. Voor de duidelijkheid, Mill beperkte zelf zijn schadeprincipe tot mensen in het hier en nu. Veel filosofen, waaronder milieufilosofen, vragen zich af of dit wel een terecht uitgangspunt is.

De eerste toepassing van Mills denken over de vrijheid van meningsuiting vindt vooral aanhang onder vrijdenkers. De toepassing van Mill op milieuethiek is grotendeels onontgonnen terrein.