
De Humanistische Canon is een initiatief van het Humanistisch verbond. Wil je ons steunen? Klik dan op onderstaande knop.
Historisch opgebouwd via vensters en werken
De Canon is historisch opgebouwd via ‘vensters’. Vensters geven een belangrijke periode of ontwikkeling in de geschiedenis van het humanisme weer en vormen de ‘ingang’ in de Canon. Deze vensters vindt u op de homepagina. U ziet linksboven de oudste periode (het venster ‘Paideia’) en rechtsonder de jongste (het venster ‘Humanisme nu’).
In ieder venster vindt u diverse ‘werken’. Dit zijn exemplarische boeken, films, strips, wetten, personen en kunstwerken binnen het venster. In het venster ‘Existentialisme’, vindt u bijvoorbeeld de werken ‘De mythe van Sisyphus’ van Camus, ‘Het existentialisme is een humanisme’ van Sartre en ‘De tweede sexe’ van De Beauvoir.
Mocht u specifiek naar iets op zoek zijn dan kunt u de zoekfunctie gebruiken, bovenaan de pagina.
Thomas Paine was een Engels Verlichtingsdenker en activist die het zichzelf met zijn scherpe en kritische meningen niet altijd even gemakkelijk heeft gemaakt. Als revolutionair activist leverde hij een grote bijdrage aan zowel de Amerikaanse als de Franse Revolutie. In het revolutionaire pamflet The Age of Reason, Het tijdperk van de rede (1794) levert Paine scherpe kritiek op de georganiseerde religie. Het is nog altijd een klassieker van het vrijdenken.
In London kwam de jonge Brit Thomas Paine in contact kwam met de Amerikaanse politicus en Founding Father Benjamin Franklin (1706-1790) die hem wist over te halen om naar de Nieuwe Wereld, Amerika te gaan. Amerika betekende voor hen de concretisering van de Verlichte idealen van vrijheid van denken en meningsuiting.
Het pamflet Common Sense (‘Gezond Verstand’) dat Paine daar begin 1776 anoniem publiceerde, werd een bestseller. Als pleidooi voor Amerikaanse onafhankelijkheid van het Engelse koloniale bestuur, speelde het een beslissende rol in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd en Revolutie (1775-1783). Common Sense werd mede de basis van de Declaration of Independence, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776; zie hierover ook de venstertekst Mensenrechten en het lemma over John Locke) en Paine geldt als een van de Founding Fathers.
In 1787 keerde Paine terug naar het woelige Europa. In Parijs raakte hij bevriend met gematigde revolutionaire filosofen als Markies de Condorcet en Jean-Pierre Brissot. Tijdens de Franse Revolutie (ca. 1789-1799) verscheen zijn Rights of Man, ‘De mensenrechten’ (1791). Zijn ode aan de rechten van het individu op vrijheid van meningsuiting waar ook ter wereld, was een directe aanval op Edmund Burke. Burke geldt als de grondlegger van het Europese conservatisme en bekritiseerde de Franse Revolutie fel in zijn ‘Reflections on the Revolution in France’ (1790). Paine verweet Burke hardheid: ‘Niet één blijk van mededogen met de ellendigsten.’
Door zijn populariteit werd Paine gekozen in de Nationale Conventie, het parlement. Hij richtte zich tegen de Jacobijnse Terreur (ca. 1792-1794) onder leiding van Maximilien de Robespierre, en werd daar vervolgens zelf het slachtoffer van. Hij kwam in de gevangenis terecht, maar niet op de guillotine.
In de gevangenis, overtuigd dat hij zou sterven, schreef Paine The Age of Reason (1794). Het is een aanval op het geloof. Paine verwierp de Bijbel onder meer omdat hij het bloedvergieten erin moreel niet te rechtvaardigen vindt. Hij ontmythologiseerde de Bijbel en de Openbaring; het betreft geen heilige tekst maar is gewoon door mensen geschreven. Paine trok fel van leer tegen contradicties, historische onjuistheden, onlogische redeneringen en alles wat hij als onzin beschouwde.
‘Het heeft geen nut deze zaak te verdoezelen of te proberen te slikken. Het verhaal voor zover ze betrekking heeft op het bovennatuurlijke heeft alle kenmerken van bedrog.’
Ook is het boek een felle aanval op de kerkelijke orthodoxie vanwege de onbarmhartige onderdrukking van niet-orthodoxen.
Tegelijkertijd is The Age of Reason een lofzang op de Verlichting en de rede.
‘(Ik ben) altijd een uitgesproken voorstander (…) geweest van de vrijheid van meningsuiting, hoezeer iemand ook van mijn overtuiging moge verschillen. Hij die dit recht ontkent maakt van zichzelf een slaaf van zijn huidige opvattingen, aangezien hij zichzelf het recht niet toekent ooit van mening te veranderen. Het meest formidabele wapen tegen vergissingen van allerlei aard is de menselijke rede. Ik heb nooit gebruik gemaakt van iets anders, en ik zal dat ook in de toekomst nooit doen.’
Paine was overigens geen atheïst, zoals zijn tijdgenoot Baron d’Holbach, maar een deïst, net als bijvoorbeeld Voltaire. Hij geloofde dat God zich overal bevindt, maar zeker niet in de Kerk of enige andere institutie. Ofwel: ‘Mijn eigen geest is mijn eigen kerk.’ Paine vond menselijkheid belangrijker dan geopenbaarde religie.
‘Ik geloof in de gelijkheid van de mens. En ik geloof dat religieuze plichten bestaan uit rechtvaardig handelen, liefdevolle genade en uit het streven onze medemensen gelukkig te maken.’ (Age of Reason, Part 1, vertaling door redactie).
Thomas Paine was een activist en revolutionair die steeds op de bres heeft gestaan voor de rechten van de mens op politiek en sociaal terrein. Hij voelde haarfijn aan dat een nieuwe tijd was aangebroken. De nieuwe rechten van de mens hadden de oude, feodale rechten naar het tweede plan gemanoeuvreerd. Paine had zeer vooruitstrevende ideeën over sociale rechtvaardigheid. Met zijn plan voor een vorm van sociale verzekering, met name een ouderdomspensioen, was hij zijn tijd vooruit en is nog steeds actueel. Hij hechtte ook aan een progressieve inkomstenbelasting, aan verplicht onderwijs, landhervorming en een Volkerenbond die oorlog moest uitbannen. Verder was hij verklaard tegenstander van de slavernij en botste daarover met George Washington. De zwarte slavernij werd in Amerika pas uiteindelijk in 1863 afgeschaft.
Paine schreef in 1795:
‘Hij die zijn eigen vrijheid zeker zou willen stellen, moet zelfs zijn vijand tegen onderdrukking beschermen. Want als hij deze plicht schendt, schept hij een precedent dat op hem zelf zal terugslaan.’
De Australische filosoof Peter Singer – tevens Australische Humanist van het jaar 2004 – , heeft aan de hand van deze uitspraak de Thomas Paine test bedacht. Hij past deze regel in 2004 toe op de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush. ‘Bush, die zijn eigen vrijheid zeker wil stellen, moet zelfs zijn vijanden – in dit geval: islamistische terroristen – tegen onderdrukking beschermen. Want als hij deze plicht schendt, schept hij een precedent dat op zijn land zelf zal terugslaan.’ Het is duidelijk dat Bush niet door de test kwam. Sommige politici kunnen vóór ze handelen, beter eerst te rade gaan bij Paine.
In de 15e en 16e eeuw vond in Europa een revolutie van het denken plaats. Geleerden uit die tijd omschreven zichzelf als humanistae. Voor Renaissancehumanisten was de hoogst ontwikkelde cultuur tot dan toe, de Oudheid. Het woord Renaissance verwijst naar het ‘opnieuw geboren worden’ van de Oudheid na de ‘donkere’ Middeleeuwen. Pas in de 19de eeuw omschreef men de periode als Renaissancehumanisme.
School van Athene, Rafaël Sanzio (1509)
1) Humanisten noemt men ten eerste diegenen die zich met de studia humanitatis, dat wil zeggen, met de studie van de groten uit de Oudheid, hebben beziggehouden. Men wilde de oorspronkelijke bronnen lezen in plaats van andermans interpretaties. De studia humanitatis verwijst naar het humanitas-ideaal van Cicero; de vorming van de mens en het menselijke; het leren mens te worden. Van de groten uit de Oudheid leerde men vooral stijl en retoriek, maar natuurlijk ook wetenschappelijke en filosofische inzichten die in de Middeleeuwen in vergetelheid waren geraakt. Studia humanitatis als studie van het menselijke staat in contrast met de Middeleeuwse scholastische studie van het goddelijke.
2)
Ten tweede spreekt men van humanisme omdat de grote denkers uit deze tijd een aantal waarden en ideeën delen die sterk samenhangen met een nieuwe visie op de mens. Het moderne humanisme dat als kernidee het geloof in de onvervreemdbare rechten van de mens heeft, stamt direct af van het gedachtegoed van de Renaissancehumanisten. Veel van de artikelen van onze Verklaring van de Rechten van de Mens zijn terug te voeren op de 12 artikelen, die in 1525 tijdens de boerenopstand werden opgesteld om de meest basale rechten van mensen te waarborgen.
Afbeelding: Mens van Vitruvius, Leonardo da Vinci (circa 1490)
In de 14de en 15de eeuw ontstaan belangrijke traktaten die de waardigheid van de mens centraal stellen (Giannozzo Manetti, Pico della Mirandola). Deze waardigheid ontlenen mensen als Nicolaas van Cusa en Erasmus aan een goddelijke afstamming (zie ook bijbels humanisme). Er is in de loop van de 15de en 16de eeuw een tendens waarneembaar die steeds sterker het seculier-wereldse en het individu benadrukt (Machiavelli, Bacon, Montaigne, Rabelais). Het Renaissance-humanisme beweegt zich als het ware tussen twee werelden: het Middeleeuwse Christendom en een nieuw seculier wereldbeeld. Jakob Burckhardt interpreteert de Renaissance als tijdperk waarin het individu centraal komt te staan, wat de zwakte maar vooral ook de grootsheid van deze periode uitmaakt.

Het belangrijkste theologische moment waarmee we het ontstaan van het humanisme van de Renaissance kunnen verklaren, betreft het inzicht in de absoluutheid en immanentie van God. Dit wil zeggen dat God ín de wereld en de mens is en niet boven of naast de wereld en de mens (boven of naast noemt men transcendent). De wereld is geen tranendal maar heeft iets goddelijks. Dit inzicht is te vinden in het zogenoemde Neoplatonisme. De immanentie was zeer belangrijk omdat daardoor de studie van de natuur werd opgewaardeerd. Deze beweging leidde uiteindelijk tot de moderne natuurwetenschap.
Naast een secularisering van de religie vindt er een sacralisering van de persoon plaat. De sacralisering (‘heilig’ worden) van de persoon vormt de achtergrond van ons idee van menselijke waardigheid. Het houdt in dat de mens doel op zichzelf is en daarmee de hoogste waarde van de maatschappij. Zijn waardigheid moet gerespecteerd en gestimuleerd worden: er is geen humanisme zonder vorming (Bildung). De gelijkenis van de mens met God herkent men aan zijn rationaliteit, creativiteit en moraliteit.
Het Renaissancehumanisme zet zich tot doel om het denken, het scheppen en de vrijheid van de mens te activeren. Vanaf dit moment wordt het humanisme een project dat kenmerkend is voor het moderne tijdperk.
Afbeelding: David (detail), Michelangelo (1501 – 1504)